Witheid is de kern van de Dolle Mina's
Hoe de Dolle Mina's witheid in hun haarvaten hebben stromen en waarom dat schadelijk is.
Enkele maanden terug benaderde de kerngroep van de Dolle Mina’s mij met de vraag of ik een geschreven bijdrage wilde leveren aan een project waar ze aan werkten. Een aantal onderwerpen, gebaseerd op de centrale pijlers, waren al geselecteerd. Ik gaf aan me vereerd te voelen maar dat ik mezelf, als cis man, niet geschikt achtte om bijvoorbeeld over zelfbeschikkingsrecht te schrijven. Wat ik wel aangaf, was dat ik bereid was om over intersectionaliteit te schrijven, wat deze opnieuw-in-het-leven geroepen groep zeker nodig gehad, gezien haar geschiedenis. Daar was zeker ruimte voor, zeiden ze.
Wederom vond ik dat ik als cis man, weliswaar Bruin en queer, in mijn eentje niet ruimte kon innemen om over intersectionaliteit te schrijven, een term beschreven en belichaamd door vrouwen van kleur. Daarom benaderde ik de getalenteerde schrijver en journalist Tamara Hartman met de vraag of ze samen met mij over intersectionaliteit wilde schrijven. Initieel twijfelde ze, aangezien ze door haar werk aan de geschiedschrijving van activistische vrouwen van kleur in de jaren 80, die juist ontstonden omdat zij zich niet konden vinden in groepen als de Dolle Mina’s – skeptisch en bewust geen Dolle Mina is. Maar als we hier een essay van konden maken waarin dit een documentatie kon zijn van de historische kritiek van vrouwen van kleur op de Dolle Mina’s, en de lessen dus zouden meegenomen moeten worden, dan zou dit een mooie mogelijkheid zijn. Dus ze zei ja.
Na meerdere contactmomenten kregen we via e-mail van de betrokken redacteur een briefing over wat er gewenst was rondom onze bijdrage. Als reactie daarop lieten we weten dat we zouden schrijven over de theorie van intersectionaliteit en voorbeelden uit de geschiedenis zouden aanhalen waar die intersectionaliteit uit bleek. Ook deelden we dat we de Nederlandse geschiedenis in zouden duiken en zouden zoeken naar vrouwen van kleur die zowel wel als niet aangesloten waren bij de Dolle Mina’s, ook vanuit het idee dat een aantal van hen het te gefocust vond op witte middenklasse vrouwen. We zouden kijken naar het feminisme, hoe wit feminisme vrouwenrechten ondermijnen en hoe intersectioneel feminisme het beste zou zijn voor iedereen. Ons stuk zou dus een kritische bijdrage en aanbeveling leveren, vanuit een historische intersectionele lens. De reactie daarop? “Dit klinkt geweldig!! Heel veel succes!”
Schrijven over intersectionaliteit
Wij gingen aan de slag. Door strubbelingen met onze gezondheid vroegen we eenmalig uitstel zodat we ons daar doorheen konden worstelen en een mooi resultaat konden opleveren. En dat mooie resultaat was er zeker, volgens ons. We schreven over de speech van Sojourner Truth en het gedachtegoed van bell hooks. We focusten ons op het werk van Kimberlé Crenshaw als de grondlegger van de term intersectionaliteit. We maakten ruimte voor de levens en ervaringen van Nederlandse pioniers zoals Gharietje Choenni en Claudette van Trikt, een Dolle Mina van het eerste uur. We beschreven hoe Philomena Essed, Gloria Wekker, Maayke Botman en Nancy Jouwe in hun werk intersectionaliteit beschreven en belichaamden.
We schreven over hoe de oorspronkelijke Dolle Mina’s niet altijd even inclusief waren naar mensen van kleur en hoe feministen uit de zwarte, migranten- en vluchtelingenbeweging zichzelf organiseerden als reactie op buitengesloten worden. We belichtten hoe feminisme gebruikt kan worden om vreemdelingenhaat te versterken en hoe ondermijnend wit feminisme kan zijn. Onze analyse toonde dat intersectionaliteit altijd verweven is met geschiedenis, macht en exclusie, en dat het negeren daarvan de effectiviteit van feministisch werk beperkt.
Toen begon het. Dagen nadat we ons eindproduct hadden ingeleverd, kregen we de vraag of we konden bellen. Ik ging namens ons beiden dat gesprek in. Aan de telefoon kreeg ik te horen dat ons stuk niet toegankelijk genoeg was. Ook werd er gesproken over onze toon en stijl. Het moest ook veel speelser, rebelser en luchtiger. Dat was het nu absoluut niet. In deze vorm was ons eindproduct allesbehalve geschikt en zou het niet geaccepteerd worden.
Ons onderbuikgevoel zei echter iets anders: we waren te kritisch over de Dolle Mina’s zelf, en daar hadden ze problemen mee. We werden ervan overtuigd dat dat niet zo was, wat later onwaar zou blijken. Van rebellie was er hoe dan ook wel sprake in ons schrijven. Ons werk, waar dan ook, heeft altijd een rebels karakter. Ook vroegen we ons af: waarom moet een hoofdstuk over intersectioneel feminisme, dat gestoeld is op de kruising van seksisme en racisme, luchtig of speels zijn? Waarom is het altijd ‘te moeilijk’ als er gesproken wordt over racisme binnen welke beweging dan ook? Een veelgehoord argument, al decennialang. Deze terugkoppeling illustreerde hoe kritische stemmen van kleur vaak worden afgewezen of ingeperkt, vooral wanneer ze bestaande machtsstructuren bevragen.
Herschrijven
We kregen twee opties: of we zouden héél veel feedback krijgen en ons hele eindproduct binnen een week omgooien, of we moesten iets nieuws creëren en intersectionaliteit illustreren door persoonlijke ervaringen te delen. De redacteur bood haar excuses aan omdat de briefing niet duidelijk genoeg was, maar we moesten toch werken onder een grote tijdsdruk. Na meermaals samen overleggen, kwamen we tot de conclusie dat het inderdaad belangrijk was om intersectionaliteit als idee zoveel mogelijk mensen te laten bereiken, en wanneer toegankelijkheid enkel het argument was voor herschrijven, wij hier zeker aan wilden werken. Maar het bleek dat er toch iets aan te merken was op onze inhoud. We mochten weliswaar kritisch zijn op de Dolle Mina’s, maar het moest wel constructief blijven. En we moesten niet óver de Dolle Mina’s schrijven, maar vanuit de Dolle Mina’s. Dat ging alleen voor één van ons op: alleen ik was op dat moment ‘lid’ van de Dolle Mina’s. Tamara was dat niet, juist wegens de historische kritiek van witheid binnen de groep.
We kregen hernieuwde kaders toegestuurd waaraan we ons moesten houden. Ook kregen we voorbeelden te zien van andere schrijvers van het project. Daar konden we ‘inspiratie’ uit halen. Eén van die voorbeelden namen we wat meer onder de loep. Het was een zeer sterk geschreven stuk, maar we zagen ook iets opmerkelijks. Deze schrijver had op eenzelfde niveau geschreven als wij. Termen die niet iedereen kent, werden benoemd maar niet uitgelegd. Er werd uitgegaan van voorkennis bij de lezer. Precies dezelfde punten wat ons hoofdstuk onacceptabel maakte, in de ogen van de redacteur en de kerngroep.
Het verschil tussen ons hoofdstuk en die van de andere schrijver? Wij richtten ons ook op de Dolle Mina’s en uitten kritiek op hen, met voorbeelden van toen en nu. En die andere schrijver is wit, en wij niet. Het voelde voor ons tegenstrijdig en zelfs hypocriet om ruimte te maken voor het voorbeeld van die andere schrijver en tegelijkertijd ons te zeggen dat intersectionaliteit, wat wij illustreerden aan de hand van racisme, te moeilijk en te complex is. Dat is een vaak gebruikt argument rondom racisme om de ruimte voor het bestrijden ervan te beperken.
Poortwachters
De grens was voor ons bereikt. Inconsistentie na inconsistentie. Hoe deze interactie verliep, konden we ook echt niet los zien van de context waar we over schreven. Als we hier bovenuit stijgen, dan zijn het witte vrouwen die zichzelf gekroond hebben als poortwachters van intersectionaliteit en twee Bruine mensen, die allebei queer zijn en waarvan één notabene een vrouw, vertellen wanneer het toegankelijk genoeg is en wanneer niet. Intersectionaliteit, een term geïntroduceerd en de decennia en eeuwen ervoor al belichaamd door vrouwen van kleur.
De geschiedenis laat precies dit patroon zien: hoe exclusief feministische bewegingen worden door de constante aanwezigheid van witheid. Dit maakte ik ook al langer mee bij de huidige Dolle Mina’s. Witheid stroomt in de haarvaten en het uitdagen ervan leidt tot weerstand en gebruik van machtsposities. In meerdere themagroepen stuitte ik op die witheid. In de ene groep kreeg ik te horen dat ik op mijn toon moest letten. In de andere groep moest ik uitleggen waarom we moslimhaat niet kunnen negeren.
We lieten weten niet te buigen voor dat poortwachterschap en dat witheid zeker wel uitgedaagd moest blijven worden. Assimileren aan dit witheid en wachten op goedkeuring van poortwachters valt daar dus niet onder. We lieten weten dat we niks meer aan ons product zouden aanpassen. En ik verliet per direct de Dolle Mina’s. Constant tegen witheid moeten ageren, brandt je op.
Ruimte voor verzet
Sommige mensen zullen wellicht stellen dat het delen van deze ervaringen afbraak doet aan de kracht van de collectieve beweging. Aan die mensen vraag ik: Moeten gemelaneerde mensen hun mond houden wanneer witheid hen probeert in te perken? Zouden we eenzelfde uitspraak doen over vrouwen die tegen seksisme aanlopen binnen bijvoorbeeld arbeidersbewegingen? Moeten mensen uit de regenboggemeenschap stil blijven wanneer ze homo- of transhaat over zich heen krijgen in bijvoorbeeld de klimaatbeweging? Waarom zouden mensen uit gemarginaliseerde groepen hun mond moeten houden om een collectief te beschermen? Brengt een collectief niet alleen maar meer schade toe wanneer ze onderdrukking binnen bewegingen in de doofpot willen stoppen? De ervaring toont dat ruimte voor verzet essentieel is, en dat collectieven schade lijden wanneer interne onderdrukking niet wordt aangesproken.
Voordat ik de Dolle Mina’s verliet, heb ik de ervaringen natuurlijk eerst intern gedeeld. Talloze e-mails en meerdere telefoongesprekken zijn besteed om deze situatie op te lossen. Maar toen we ontdekten dat er andere maatstaven waren voor ons, kwamen we in verzet en weigerden we te buigen. Nadat ik wegging, hoorde ik dat er achter mijn rug om gesproken werd over onze ervaringen. Ik zou mensen van zeer ernstige zaken beschuldigingen en moest dat wel kunnen onderbouwen. Ook werd er twijfel gezaaid over de geloofwaardigheid van mijn verhaal door mensen uit die kerngroep, die zelf altijd alle e-mails hebben ontvangen en konden lezen wat wij te zeggen hadden.
Wat de Dolle Mina’s kunnen leren
Wat ik meemaakte, staat niet op zichzelf. De afgelopen maanden zijn er meerdere mensen weggegaan bij de Dolle Mina’s vanwege onderling racisme, validisme en transfobie. De ervaring laat zien dat macht binnen feministische collectieven vaak onzichtbaar wordt geconcentreerd, waardoor kritische stemmen worden beperkt.
Er zijn mensen binnen de Dolle Mina’s die zich niet veilig voelen en met verbazing zien wat er gebeurt. Zo zijn er discussies binnen de ‘kartrekkersgroep - de groep mensen die bestaat uit de kartrekkers van alle losse themagroepen - over of de Dolle Mina’s wel aanwezig moeten zijn binnen de Palestina-beweging. Afgelopen zomer waren er wekelijkse femicide-demonstraties in Rotterdam waar mensen met keffiyeh’s werden aangesproken door kartrekkers en deze af moesten doen. Ook is de beweging bezig met zichzelf omvormen naar een stichting met bijbehorende statuten, alleen wordt er geen input gevraagd voor die statuten waar vervolgens wel iedereen zich aan moet houden. Er is één selecte groep die iedere keer weer keuzes maakt voor de hele beweging en ook weigert anderen te betrekken in die beslissingen.
De Dolle Mina’s zijn een hele krachtige beweging met ludieke acties wat leidde tot hun huidige bekendheid.. Ik heb talloze mensen binnen die beweging ontmoet die zich met hart en ziel inzetten. Wanneer ik vertel over deze ervaringen en deze kritiek uit op de Dolle Mina’s, heb ik het niet over de mensen die zo hard zwoegen. Integendeel zelfs. Zij zijn het kloppende hart van de Dolle Mina’s.
Waar ik tegenaan liep, en met mij vele anderen, is de hiërarchische structuur en machtsconcentratie binnen één groep. Dit bemoeilijkt het adequaat omgaan met een snel groeiende beweging. Zolang de Dolle Mina’s bovengenoemde ervaringen, en die van die anderen die de beweging verlieten, zien als persoonlijke aanklacht in plaats van signalen om te leren en veranderen, zal de beweging in rondjes blijven rennen. Niemand van ons is vrij van de onderdrukkende structuren die ingebed zijn in onze samenleving, ook activistische bewegingen zoals de Dolle Mina’s niet. Leer luisteren naar de geluiden die je hoort in plaats van de mensen die ze delen te gaslighten. En leer van aangedane pijn in het verleden, zodat je ze niet weer herhaalt.



Ik vind het ontzettend belangrijk dat je dit met ons deelt. We lezen heel graag je oorspronkelijke artikel zodat we (Mina’s Zwolle) wél kunnen leren. We doen ontzettend belangrijk werk als Mina’s in Zwolle maar we vragen ons wel af of de DM de juiste vorm nog is.
Pff Rocher.. wat vervelend dat je dit hebt meegemaakt en dank je wel dat je de moeite hebt genomen zo uitgebreid je verhaal te doen over je ervaring binnen Dolle Mina. Ik vind het zo jammer en raar dat het stuk van jou en Tamara niet met open armen is ontvangen. Ik vind juíst de insteek die jullie kozen superinteressant klinken (jij van ‘binnenuit’ en Tamara als niet-lid) en denk dat het Dolle Mina veel krachtiger maakt als ze kritisch naar zichzelf durft te kijken. Benieuwd wat er bij Dolle Mina allemaal intern is gebeurd en besproken en hoe dit de afloop kon zijn. Ik snap dat het moeilijk is om een organisatie uit de grond te stampen zonder te vervallen in bestaande, hierarchische systemen. Het is ook een overweldigend start geweest. “Hoe dóe je dit?” Ik kan me voorstellen dat dit vaak is uitgeroepen. En natuurlijk zijn er groeipijnen en worden er fouten gemaakt en ik ben ook van mening dat dat mag, maar het is wel zó belangrijk dat Dolle Mina daarin naar zichzelf durft te kijken, hóe iets fout is gegaan en wat daaraan ten grondslag ligt, iets waar jij superduidelijk de vinger op legt in dit stuk. Ik zou haast zeggen: kan dit niet samen met het stuk dat jullie schreven opgenomen worden en dat er dus ook ruimte is voor zelfreflectie en kritiek? Ik hoop in ieder geval dat dit een gesprek op gang brengt binnen de club en dat het beter wordt. Liefs