De prijs van witheid bij de Dolle Mina's benoemen
Witheid laat zich niet zomaar bevragen en uitdagen, blijkt maar weer. Een analyse van de afgelopen 48 uur.
Twee dagen geleden deelden Tamara Hartman en ik ons verhaal over witheid bij de Dolle Mina’s. In de 48 uur erna is er veel gebeurd. Tientallen berichten vol solidariteit van verschillende mensen bij de Dolle Mina’s zelf kwamen onze kant op. We waarderen en zien die hartverwarmende woorden. Jullie steun geeft ons kracht. We voelen ook mee met wat al die mensen met ons delen. Want het blijkt dat zij soortgelijke ervaringen hebben maar zich niet durven uit te spreken uit angst voor de consequenties.
Ook hebben we aan allerlei kanten vernomen hoe er intern met ons verhaal wordt omgegaan. Waar er enerzijds mensen solidair zijn met ons en ons verhaal zien als een signaal om echt iets te veranderen, zijn er anderzijds ook mensen, waaronder zij met de meeste macht, die vinden dat wij leugens verspreiden. In interne reacties werd ons verhaal geframed als ontwrichtend en manipulatief. Zo liet een van de Dolle Mina’s ons weten dat één van de leden uit de kerngroep, een witte vrouw, zei het volgende over ons verhaal: “Ik vind het echt heel erg dat wij, 100 vrouwen* van kartrekkers en kerngroep, ons laten gijzelen en uit elkaar spelen door 1 man die niet met kritiek kan omgaan. Dat is terugvallen in oude patronen. En dat is precies wat het doel van die post was.”
Wat wij aankaartten met ons verhaal, was precies ook waar wij onder andere over schreven in het essay over intersectionaliteit: de hardnekkige witheid binnen de Dolle Mina’s. Hoe erover ons gepraat wordt, illustreert diezelfde witheid. Ik zou slechts één man zijn die een honderdtal vrouwen ‘gijzelt’ en hen tegen elkaar uitspeelt, omdat ik niet met kritiek zou kunnen omgaan. Allereerst is dit een complete uitwissing van Tamara’s bestaan en haar ervaringen als vrouw van kleur. Wat ik met haar heb gemaakt en geschreven, was in complete samenspraak en een product van ons samen. Ieder contactmoment was namens ons alle twee. Alle pijlen op mij richten, is het bestaan en de zeer waardevolle bijdrages en expertise van een vrouw van kleur ontkennen. Dat gebeurde bij de Dolle Mina’s in de jaren ‘70 toen ze weinig tot geen ruimte kregen, en dat is precies wat nu ook gebeurt.
Daarnaast zijn de beschuldigingen aan mijn adres heel typisch. Een man van kleur neerzetten als de boosdoener, de Boze Bruine Man, die vrouwen zou ‘gijzelen’ is natuurlijk een racistisch stereotype van de bovenste plank. Een stereotype waar in Nederland al te graag gebruik van gemaakt wordt vanuit een wit feministisch oogpunt: de bruine man is altijd een bedreiging voor de witte vrouw. Hoewel ik het vrij kwetsend en onnodig persoonlijk vind — in onze communicatie hebben wij het daarentegen nooit persoonlijk gemaakt — is het ook iets om bovenuit te stijgen en verder te analyseren. Is ook dit niet een illustratie van de eerdergenoemde witheid die zo hardnekkig is?
Via andere mensen bij de Dolle Mina’s hoorden wij dat er communicatieadviseurs en crisismanagers ingeschakeld waren om te kunnen omgaan met de groeiende sneeuwbal van ons verhaal. Niet eens om te adresseren wat er mis ging — ons verhaal is zeker niet de eerste — maar om de crisis beperkt te houden. Een inmiddels teruggetrokken intern statement zou er in alle groepen uitgegaan zijn, en er zou ook gesproken worden over een statement naar de buitenwereld. Maar volgens sommigen zou alleen een selecte groep mensen daarover mogen meepraten, en werd commentaar op het statement niet gewaardeerd.
Hoe het centrum van de macht bij de Dolle Mina’s reageert op ons verhaal is tekenend voor waar het spaak loopt. Zowel ons verhaal als de tientallen verhalen die wij ontvingen, illustreert dat. Als dus communicatieadviseurs en crisismanagers ingeschakeld worden om de impact beperkt te houden, heb je dan de juiste prioriteiten? Als talloze mensen ons wel een bericht durven sturen maar intern zich niet veilig voelen, heb je als beweging dan niet een duidelijk doel? Als er Dolle Mina’s zijn die twijfelen over weggaan omdat dit de laatste druppel was, heb je als groep dan niet genoeg om over te reflecteren?
Wie deze structuur- en systeemkritiek persoonlijk opvat, is zich in onze ogen onvoldoende bewust van diens eigen positionaliteit. Alles wat wij tot nu toe hebben aangekaart — wat ikzelf ook in de afgelopen maanden aankaartte — is geenszins gericht op individuen. Het gaat over hoe macht zich beweegt binnen een zeer snel groeiende beweging en zich centreert op specifieke plekken.
Het gaat over hoe systemen van onderdrukking hun klauwen op elke plek in de samenleving, waaronder dus ook activistische groepen, hebben. Het weghalen van deze klauwen zullen wonden en wellicht ook littekens achterlaten, maar het leidt wel tot heling. Het gaat over de geschiedenis van witheid die zich herhaalt en zich zal blijven herhalen totdat ervoor gekozen wordt om deze oneindige cyclus van onderdrukking te stoppen. Als er gedrevenheid en passie is om de cyclus van het patriarchaat te stoppen, dan moet dat ook mogelijk zijn bij witheid. Uiteindelijk gaat het om of er de wil is om witheid te stoppen.


